vrijdag 12 augustus 2011

No bida inútil na Las Islas Inutiles

Toen Alonso de Ojeda in juli 1499 voet aan wal van de Benedenwindse Eilanden zette hoopte hij er goud en zoet water te vinden. Alonso trof er circa 2000 indianen van meer dan gemiddeld postuur aan en besloot de eilanden Islas de Gigantes, eilanden van de reuzen, te noemen. Vis, schildpadeieren en de gewassen die voor eigen gebruik verbouwd werden waren er voldoende. Maar goud was er nauwelijks en zoet water evenmin. Reden genoeg voor de Spanjaarden de indianen af te voeren en de ABC eilanden snel om te dopen naar Islas Inutiles, de nutteloze eilanden.

Toen wij in juli 2008 voet aan wal van Curaçao zetten hoopte ik er nieuwe uitdagingen en misschien zelfs een nieuwe baan te vinden. Ik trof er een huis met een grote tuin aan waar ik al mijn energie in kon stoppen. Mijn dochter kreeg een juf die me op de eerste schooldag direct tot foto-moeder bombardeerde waarmee ik het voorrecht kreeg alle klasse activiteiten door de zoeker van mijn camera te bekijken, een LOI cursus Spaans lag klaar op het bureau en na een paar weken kwam ons eerste hondje en die moest keurig opgevoed worden. Uitdagingen genoeg!

Maar toen op Curaçao, en nu op Aruba, moet dochterlief naar school gebracht, de was gevouwen, de boodschappen gedaan, de bedden opgemaakt, de kamer gedweild, de kattenbak verschoond en de hondjes uitgelaten.

Sleur stak zijn hoofd om de hoek van onze tropenwoning. En dat voelde als falen. Ik had toch immers zelf besloten mijn baan op te zeggen en mee te gaan met mijn wederhelft? Deze buitenlandplaatsing gaf mij toch óók de mogelijkheid mijn horizon te verbreden? In februari was het zelfs zo erg dat wanneer ik het KLM vliegtuig over zag vliegen, ik letterlijk pijn in mijn lijf voelde en het liefst mee wilde. Terug naar, ja waar naartoe eigenlijk? Dezelfde sleur maar dan ruim 20 graden koeler?

Toen besefte ik dat sleur niet erg is. Sleur geeft houvast en structuur aan mijn dag. Maar zodra het als een belemmering gaat voelen is het tijd om patronen te doorbreken en actie te ondernemen. Mijn wens voor een betaalde baan zette ik om naar inspirerend vrijwilligerswerk voor Global Connection; via e-mail heb ik contacten opgebouwd van Turkije tot Amerika. Mijn plannen voor de grote tropentuin heb laten varen; gecontroleerd laten doorgroeien gaf mij uiteindelijk meer energie dan het plan de tuin opnieuw aan te leggen. De thuiscursus Spaans ruilde ik in voor Papiamentu; niet alleen omdat je er op Curaçao meer aan hebt maar ook omdat dit me de mogelijkheid gaf nieuwe mensen te ontmoeten. En met onze hond heb ik aan alle trainingen die er waren meegedaan; wij hebben nu de meest opgevoede Westpunter van Aruba! Maar voor alles geldt dat ik mensen heb leren kennen en kennis heb opgedaan die anders altijd voor me verborgen was gebleven.

Mijn huis opruimen of boodschappen doen doe ik nog steeds het liefst alleen, maar verder verkeer ik graag in het gezelschap van anderen. De cursus Spaans komt waarschijnlijk nooit meer uit de doos. Maar de wijsheden die de mensen mij vertelden tijdens de teken- en schildercursussen, sporten-op-dinsdag-met-koffie-toe, de redactie vergaderingen van de Parera Society  en mijn uren als bieb- en fotomoeder zijn me veel dierbaarder en waardevoller en hebben me opgeleverd wat ik hoopte te vinden.

Als je tot dat inzicht kan komen is het toch geen 3 jaar bida inútil geweest!

donderdag 2 juni 2011

En toen waren er twee ...

Zaterdag 14 mei, na een ochtend hard thuiswerken is het tijd voor ontspanning op het strand. En omdat de keuken weer glimmend blinkt in de middagzon gaan we Hollandsche patat en frikadellen halen bij snackbar de Piraat om die vervolgens op het strand van Eagle Beach op te eten. 

Terwijl we heerlijk in het water dobberen en Coco woest kuilen aan het graven is zien we vanuit onze ooghoeken een personeelslid van restaurant Passions on the beach met een klein zwart bundeltje naar onze strandbedjes lopen. Terwijl wij hem duidelijk proberen te maken dat dit zwarte bolletje niet onze hond is, zet hij het beestje bij ons neer en loopt snel weg. Coco en het zwarte hondje vermaken zich prima met elkaar en de hondenbrokjes zijn in no-time verdwenen in beide hondenbuiken.

Met het kleine hondje loop ik even later naar het restaurant. De jongen die haar bij ons zette is inmiddels verdwenen. Een collega verteld me dat de baas opdracht had gegeven het kleine hondje ergens anders op het strand te dumpen. Kleine hondjes zijn namelijk schadelijk voor de klandizie. 

Wat nu te doen? We gaan de mogelijke opties na, maar achterlaten op het strand waardoor ze ongetwijfeld weer terugloopt naar het restaurant en dan waarschijnlijk niet zo "liefdevol" bij een ander strandbedje wordt gezet vinden wij geen optie. 

Na gekomen te zijn met 1 hond gaan we dus met 2 weer naar huis. 

Inmiddels luistert ze naar de naam Macy, kent ze het commando "zit", kunnen er geen kleine Macy's meer komen, is ze zindelijk, heeft ze al 2 kiezen en 1 tand verloren tijdens het stoeien met Coco en heeft ze 's nachts haar weg naar onze slaapkamer gevonden, de roedel moet tenslotte compleet blijven en alleen beneden is maar beneden alleen.

We hebben dagenlang getwijfeld maar besloten dat er niemand is die zo goed voor Macy kan zorgen als dat wij dat doen. Dus over 2 jaar komt er nóg een hondje mee naar Nederland. Maar gelukkig geen ezel. 

donderdag 21 april 2011

Wat zegt u?

Het is heel raar, maar het lijkt alsof mijn beheersing van de Nederlandse taal, na bijna 2 jaar niet in Nederland te zijn, ineens een stuk slechter is. Als ik Nederlandse televisie kijk en de mensen praten te snel of met een accent, dan kan ik écht niet volgen waar het over gaat. Praten mensen een beetje binnensmonds dan staat de volumeknop vol aan en nog moet ik Ronald vragen of hij soms weet waar het over gaat.


Maar het is nu niet zo dat we vloeiend Papiamentu praten laat staan kunnen lezen of überhaupt verstaan. Het Curaçaose Papiamentu lijkt heel anders te klinken dan het Arubaanse, en schrijven gaat sowieso volgens hele andere regels. Dus met die taal hebben we het laatste halfjaar ook geen progressie gemaakt.


Engels, dat spreken we wel meer omdat men ons hier vaak aanziet voor toeristen. Maar meestal komen we er dan na 10 minuten achter dat we allemaal Nederlands spreken en schakelen we weer om.


Dus we doen van alles een beetje en zijn ondertussen heel blij met de spellingscontrole op de pc. Want niet alleen de gesproken taal klinkt mij lately inheems in de oren, ook de geschreven taal moet er aan geloven. De laatste tijd ligt het Groene Boekje standaard naast mijn computer. De d's en de t's gok ik, maar de rest van de woorden schrijf ik dan in ieder geval wel foutloos op.


En Iris? Die laten we naast Disney Channel voor haar Engels nu ook wat vaker naar BVN (Beste van Vlaanderen en Nederland) kijken. Daar zijn nu echter zo vaak Vlaamse series te zien dat zij met een zachte G begint te praten!

dinsdag 25 januari 2011

Lucky Beans?

Via de rivieren in de binnenlanden van Noordelijk Latijns Amerika drijven de zaden van de Entada Gigas, beter bekend als lucky beans op de oceaanstromingen mee naar onder andere Curaçao en Aruba.  Als je geluk hebt vind je er eentje, aangespoeld op het strand tussen het zeewier, lege plastic flesjes en verloren schoenen. Vijf keer had ik het geluk dat mijn oog op het donkerbruine boontje viel en ik deze als een schat mee naar huis kon nemen, zo blij als een klein kind.

De boontjes lagen te pronken in de kast en wij gingen gewoon verder met ademhalen. Maar de laatste tijd ging dat met horten en stoten; de auto stopte ermee, de tweede auto vertoonde ook allerhande problemen, regelmatig belandde serviesgoed niet in de kast maar op de grond en als uitsmijter werd R. van zijn fiets gereden door een hobby vliegtuigspotter die duidelijk niet op het verkeer op de grond aan het letten was.

Toen ik maandagochtend met een knallende uitlaat en een dikke rookpluim mijn weg over het eiland vervolgde attendeerde S. mij op het feit dat haar vriendin A. ook lucky beans spaarde en ook altijd pech had. En inderdaad, de pech waar A. regelmatig mee te kampen heeft was niet alleen op Curaçao bekend, maar ook op Aruba.

Als ik bereid ben te geloven in de kracht van geluk van de lucky beans ben ik ook bereid te geloven in het ongeluk. Mijn lucky beans liggen nu buiten het huis te wachten tot we weer gaan wandelen aan de Noordkust. Dan geef ik ze terug aan waar ze vandaan komen, hopend op meer geluk.

Wie weet heeft  A. het geluk dat zij ze vindt op Curaçao.


maandag 17 januari 2011

Dampende drip-systemen

Aruba, ooit geboren uit een vulkaanuitbarsting met een bodem van koraal  is het grootste deel van het jaar kaal. Alleen tijdens het regenseizoen van oktober tot februari regent het vaak en lang genoeg voor de planten, cactussen en bomen om het eiland een groene kleur en frisse geur te geven. De rest van het jaar teert de vegetatie op haar reserves en een af en toe voorbij trekkend verfrissend buitje. Grondwater is een fenomeen wat op Aruba nauwelijks voorkomt.

Maar hoe kan het dan dat de tuinen er zo weelderig uitzien en de palmbomen en bougainville elk jaar weer groter worden? Dat komt door uitgekiende, moderne drip-systemen. Op Curaçao hadden wij óók zo’n systeem. Een deepwell vol helder grondwater waar we ook het zwembad mee vulden, zorgde voor een prachtig groen grasveld en een tuin wat de vergelijking met de ongerepte jungle goed kon doorstaan. Maar hier op Aruba hebben we geen grondwater en is het drip-systeem daarom aangesloten op de put. De beerput wel te verstaan.

Nadat het regenseizoen is afgelopen is het ook gedaan met de frisse lucht. Stuk voor stuk slaan de drip-systemen ’s nachts aan en variërend van de grootte van de tuin werken zij hun programma’s om de planten te bewateren in korte of veel langere tijd af.

Er hangt op Aruba geen zoete ochtenddauw over het eiland, die uitnodigt om in je tropische tuin een heerlijk ontbijt te nuttigen. Nee, we sluiten de ramen en deuren en drinken onze koffie voor het raam, kijkend naar onze prachtige tropische tuinen.